| DVD03 |
MARTIJN
EN DE MAGIER
NL 1979 K-104 minuten
Regie: Karst van der Meulen
met: Bart Gabriëlse (Martijn
Vonk/Roderick), Lex Goudsmit (opa van Martijn), Joost Prinsen
(magiër), Cor van Rijn (vader Martijn), Jeroen Krabbé
(regisseur), Albert Mol, Leen Jongewaard (rekwisiteurs), Mariëlle
Fiolet (moeder van Martijn), Alexander Pola (producent), Wieteke
van Dort (directrice bejaardenhuis), Allard van der Scheer
(vader Michiel), Rudi Falkenhagen (vader Roderick), Mies Bouwman
(moeder Roderick), Vincent Meyer (Michiel), Ingrid Schnieder (Tanja),
Marieke Jacob (Monique), Aart Staartjes (vrachtrijder), Dick
Swidde (klant met feestneus), Bert van der Linden, Ans Koppen,
Flip Brandon, Ton Stello, Klaas ten Holt.
Scenario: Karst van der
Meulen en Piet Geelhoed. Jeugdfilm. Martijn krijgt weinig
aandacht van zijn ouders, die een dorpsbazaar drijven, en is
veel op zichzelf aangewezen. Hij heeft fantasie genoeg, maar kan
niet voldoen aan de verwachtingen die men van hem heeft. Als hij
blijft zitten op school, is de boot aan. Alleen opa in het
bejaardenhuis begrijpt hem en luistert naar zijn verhalen. Als
er een filmploeg in zijn woonplaats neerstrijkt om een
sprookjesfilm op te nemen, wordt Martijn tot hoofdrolspeler
gekozen en opa krijgt de rol van tovenaar. Zijn ouders weten van
niets en komen pas laat achter de activiteiten van hun zoontje
in de vakantieweken. Deze heeft zich in die periode eveneens
bezig gehouden met het jongetje Michiel, die in de ban is van
een Oosterse magiër, die hem van zijn ouders, werkzaam in
India, af wil houden. De gebruikelijke chaos tijdens de
filmproduktie wordt in de film nog afgewisseld door de
mysterieuze toestanden rond de magiër en het gekidnapte
jongetje, zodat er drie intriges door elkaar lopen. Muziek:
Tonny Eyk. Thema gespeeld door Francis Goya. Camera: Jan Otte.
Decor: Gert Duyker, Karel Traanberg, Maarten Jacobs. Montage:
Kars van der Meulen. Prijs voor de beste acteur bij het
kinderfilmfeest te Moskou in 1979 en de 3e prijs te Gijon. Goed
ontvangen bij de Nederlandse pers. FID 1979: "Van der
Meulen verstaat de kunst, die de meesten van zijn collega's in
een 'volwassener' categorie nog steeds niet beheersen, om mensen
van vlees en bloed te creëren, die zich op natuurlijke wijze
bewegen en normale spreektaal bezigen. Al zijn karakters zijn
herkenbaar (...) Bart Gabriëlse, heel natuurlijk (...) Cor van
Rijn en Mariëlle Fiolet, nergens toneelmatig (...) Lex Goudsmit
geeft de grootvader weer alle warmte en humor mee (...) Wieteke
van Dort als een kostelijke bazige directrice (...) Ook al een
verdienste van Karst van der Meulen, die met Piet Geelhoed een
scenario schreef, dat nergens stokt of verward aandoet."
Première: 5 juli 1979 |