| DVD13 |
FANFARE
NL 1958 ZW-98 minuten
Regie: Bert Haanstra
met: Hans Kaart = Joannes Jansen (bombardonbespeler/kastelein
Geursen), Bernhard Droog (hoornist Krijns), Albert Mol (Schalm,
dirigent uit Amsterdam), Wim van den Heuvel (Douwe, veldwachter),
Ineke Brinkman (Marije; dochter van kastelein Geursen), Herbert
Joeks (Koendering; triangel-muzikant en kruidenier), Andrea
Domburg (Lies, zuster van Krijns), Ton Lutz (Altena, componist),
Riek Schagen (Aaltje, vrouw van Koendering), Henk van Buuren (Valentijn,
dirigent van de fanfare en gemeenteklerk), Dio Huysmans = Dio
Huismans (Zwaansdijk, vertegenwoordiger van Provinciale Staten),
Willem Huysmans = Willem Huismans, Johan Valk (Van Ogten,
burgemeester van Lagerwiede), Bob Verstraete (Griep, reisleider
van een vereniging), Sara Heyblom (leidster van een vereniging),
Huib de Vries, Alie Dose (Clara, koe van Geursen)
Scenario: Jan Blokker en Bert Haanstra. Het dorpje Lagerwiede is
in het trotse bezit van een uitstekende fanfare met de naam 'Kunst
en Vriendschap'. Binnenkort zullen zij deelnemen aan een groot
concours en maken een goede kans om in de prijzen te vallen. Maar
voordat het zover is, loopt een ruzie tussen twee leden van het
muziekcorps zo hoog op, dat de fanfare plotseling in twee
vijandige kampen verdeeld raakt. Beide partijen zijn vastbesloten
om aan het concours deel te nemen. De oplossing van dit conflict
is zowel filmtechnisch als muzikaal goed gevonden. Muziek van Jan
Mul, gespeeld door het Concertgebouworkest. Speelfilmdebuut van
Bert Haanstra, die in 1948 debuteerde met de documentaire DE
MUIDERKRING HERLEEFT. Kosten film: 450.000 gulden. Opbrengst:
1.200.000 gulden. Bij Moussault te Amsterdam verscheen het verhaal
van de film met vele foto's in boekvorm. Ook de bladmuziek was te
koop; de muzikale clou (een dubbelmars van Jan Mul in het
arrangement van Piet van Mever) is in de vorm van een
samengeperste partituur verschenen onder de titel 'Fanfare in Es'.
Er bestonden plannen voor om een Vlaamse versie van de film te
maken, maar de in België werkzame 'Vereniging voor de beschaafde
omgangstaal' was daar fel op tegen. Op 3, 4 en 5 september 1992
was op het Van der Helstplein in Amsterdam een theaterversie van
FANFARE te zien, geregisseerd door Pieter Bouwman. Dit ter
gelegenheid van het tienjarig bestaan van het filmhuis Rialto, het
Ostadetheater en het eerste lustrum van Stadsdeelraad de Pijp. In
de doctoraalscriptie van Fedor van Rossem uit 1993 worden de
(beeld)grappen uit FANFARE (en WAT ZIEN IK? en FLODDER)
geanalyseerd. Merit of Edinburgh, 1959. First Prize, Cork
Filmfestival 1959. Award of Merit, Melbourne 1960. Han G. Hoekstra
in 'Het Parool' van 24 oktober 1958: "een blijmoedige,
welgeschapen film, die voor vaderlandse speelfilmbegrippen een
ongekende volwassenheid vertoonde in vrijwel alle onderdelen.
FANFARE is een plezierig geval, dat men opgewekt anderhalf uur zit
uit te kijken en waarbij men de bioscoop eindelijk eens verlaat
zonder gemengde gevoelens, die het aanschowen van een Nederlandse
speelfilm als regel teweeg pleegt te brengen. (...) Onder zijn
leiding lieten bekende toneelacteurs zich ombuigen tot
filmacteurs, en met de uitslag voor ogen kunnen ze er geen bezwaar
tegen hebben. Wat Hans Kaart bijvoorbeeld presteert is
verrukkelijk. (...) een glansrol. (...) De tegenkant van het
sobere acteren dat hier ten beste wordt gegeven is een neiging tot
overmatige nuchterheid; hier en daar is men er in FANFARE niet aan
ontkomen. Een ander bezwaar is dat de film soms te zwaar steunt op
de amuserende werking van het beeld-alleen, wat tot steriliteit
voert en het in de lucht blijven hangen van enkele scènes. Er
staat echter zoveel goeds tegenover, er is zovaak aanleiding in
een spontane lach te schieten of zich in stilte te laten vermaken,
dat dit vitten lijkt. Een succes dus, deze FANFARE. Voor zeer
velen. Zeker ook voor producent Rudolf Meyer die met deze film
zijn negende Nederlandse produktie leidde." H. Wielek in
'Tijd en Taak' van 7 februari 1959 nadat de meeste bladen FANFARE
in zijn ogen onterecht als meesterwerk hadden toegejuicht:
"Gezegd moet worden dat FANFARE een hoopvol begin zou kunnen
zijn indien hij niet onder oorverdovend applaus bedolven
was." 2.635.178 bezoekers. FANFARE heeft een week in Londen
gelopen als tweede ‘feature’ en her en der in Engeland, maar
niet echt succesvol. In Duitsland en Oostenrijk ging het weinig
beter. Decennia later verklapte Jan Blokker dat buitenlandse
collega's in Cannes hem geschokt hadden aangesproken: nooit hadden
ze zoveel lelijke mensen in één film gezien (Albert Mol, Hans
Kaart, Ton Lutz, Bernhard Droog en Herbert Joeks).
Première: 24 oktober 1958
|